Sysmex Nederland

0 - 9

6-delige differentiatie

De term "6-delige differentiatie" verwijst over het algemeen naar de klassieke 5-delige differentiatie en de aanvullende kwantificering van onrijpe granulocyten (IG) als de zesde subpopulatie van witte bloedcellen. Sysmex haar XN-L-Serie en XN-Serie analyzers melden routinematig het IG-aantal als een diagnostische parameter: als een percentage van het totale WBC-aantal en als een absoluut aantal.


Aantal trombocyten in bloed

Bloedplaatjesparameter, qua betekenis gelijkwaardig aan hematocriet, maar deze parameter wordt berekend uit het 'mean platelet volume' (MPV) en de trombocytentelling (PLT) (PCT = MPV x PLT).

absolute telling

Het principe voor bloedceltelling met Sysmex-analysers: de bloedceltellingen worden bepaald aan de hand van het aantal pulsen dat in een specifiek volume bloed is gegenereerd. Deze benadering heeft als voordeel dat kalibratie door de eindgebruiker niet nodig is.

Adaptief clusteranalysesysteem

De methode van Sysmex voor het beoordelen van de signalen van afzonderlijke cellen tijdens het meten en determineren van de populatiecluster waartoe deze cellen behoren. Deze methode maakt een grotere flexibiliteit mogelijk, en daarom worden biologische verschillen tussen patiënten in aanmerking genomen. Dit leidt tot nauwkeuriger resultaten m.b.t. differentiatie, vooral bij pathologische monsters, waarbij de kans op verandering van de morfologie van de cellen tijdens een ziekte groot is.

Aged Sample Identifier

The use of the Aged Sample Identifier (a software feature that needs to be activated) on XN-Class analysers allows a reliable differentiation of samples with abnormal WDF scattergrams into truly pathologic samples or aged samples. This application effectively prevents false-positive flagging, especially with the ‘Blasts/Abn Lympho?’ flag, which leads to a smear rate reduction for such samples. It saves the effort spent on samples that are only old and allows focusing on the pathologic samples needing attention. Sysmex recommends using the Aged Sample Identifier in laboratories experiencing workflow challenges due to a high proportion of aged samples.

Albumin (ALB)

Albumin is a small soluble protein that is synthesized in the liver and contained in blood. Albumin is the most abundant protein in blood and serves as an important binding and transport protein. When kidneys are working correctly, they keep important elements such as albumin in the blood. Healthy individuals excrete only low levels of protein through urine on a daily basis. In contrast to this, albuminuria is a pathological condition with larger amounts (>30 mg/24 h) of albumin being present in urine over a longer period. This abnormal condition can be used for an early recognition of nephropathy. The early diagnosis of (micro-)albuminuria can prevent or postpone severe kidney damage.


Met anemie wordt in het algemeen gedoeld op daling van het hemoglobinegehalte (Hb) tot onder de normale ondergrens. De waarden die bepalen of er sprake is van anemie zijn zowel geslacht- als leeftijdgerelateerd. Het hematocriet (Ht) is een gerelateerde parameter die bij anemie eveneens verlaagd is. Anemie is veeleer een symptoom dan een ziekte. Het kan talloze oorzaken hebben en voor een succesvolle behandeling moet de oorzaak eerst worden geïdentificeerd.


Bacteria (BACT)

Healthy urine usually does not contain bacteria. However, some bacteria can be present if the urine sample was not collected under sterile conditions or if the person is suffering from a urinary tract infection. Bacteria can be differentiated into Gram-positive and Gram-negative bacteria, based on their cell wall composition. Depending on the type of the cell wall, they are susceptible to different antibiotics.

Basophils (Basophilic granulocytes)

Basophils are the white blood cells least represented in the peripheral blood and belong to the category of granulocytes. Similar to eosinophils, an increase in the basophil count often though not always points to allergy or parasitic infections. They function together with mast cells as effector cells in complex processes like chemotaxis or cell adhesion and fulfil an immune modulating role during allergic reactions.

Bilirubin (BIL)

Bilirubin is generated during the breakdown of haemoglobin which is mainly released during the degradation of old red blood cells in the reticuloendothelial system. It is then bound to albumin and transported through the blood to the liver.
Pathological processes that increase the concentration of conjugated bilirubin in plasma also lead to elevated levels of bilirubin in urine, such as fibrosis and swelling, or necrosis of liver cells.

Bronchoalveolaire lavagevloeistof

Een type lichaamsvloeistof-monstermateriaal, vooral voor veterinaire monsters.


CAPD fluid

Continuous ambulatory peritoneal dialysis (CAPD) is a dialysis involving the continuous presence of dialysate in the patient’s peritoneal cavity. CAPD fluid is analysed in order to rule out infection, which is the most common problem with peritoneal dialysis.


Urinary casts mainly consist of Tamm-Horsfall mucoprotein (THP). About 50 mg of liquid THP is excreted every day. Therefore, it is normal to find THP in urine.
Hyaline casts (Hy. CAST) are the most common types of casts in urine. They are cylindrical and appear almost transparent. Casts are a result of solidification of THP mucoprotein in the lumen of the kidney tubules. Hyaline casts can be found in urine due to dehydration, fever or vigorous exercise.
Pathological casts (Path. CAST) contain inclusions. They develop when particles – such as red blood cells or tubular epithelial cells – are present during the solidification process of THP. Particles adhere to the fibrillar protein network and get surrounded by it. These casts appear in urine when pathological processes take place in the kidney. Examples: Granular casts, cellular casts, waxy casts.


A new concept optionally embedded in the Extended IPU that becomes active if interferences in the measurement of red blood cells or related parameters (e.g. MCHC) are detected. This refers, for example, to cold agglutination, haemolysis or hypo-osmolarity. The algorithm delivers conclusive information about the cause of interference, suggests the replacement of the affected parameters with their counterparts from the RET analysis and automatically recalculates the RBC indices. In doing so, CBC-O relieves the laboratory by automating the workflow for certain problematic samples.


Met behulp van een ingenieus reagenssysteem, kunnen Sysmex haar XN-Serie hematologie analyzers cellen onderscheiden op basis van hun functionaliteit, met name in gevallen waarin het moeilijk is om te beslissen op basis van een morfologisch perspectief. De detectie van celfunctionaliteit is gebaseerd op de individuele lipide-membraansamenstelling van de cellen en maakt onderscheid tussen rijpe en onrijpe cellen evenals reactieve en kwaadaardige cellen mogelijk.
De XN-analyzers hun unieke reagentia laten conclusies toe over
1. de rijpheid van een cel,
2. de kwaadaardigheid van een cel,
3. de activatiestatus van een cel.

Compleet bloedbeeld

Klassieke hematologische bloedanalyse van 8 parameters: telling van RBC, WBC en trombocyten, plus bepaling van de waarden Hb, Ht, MCV, MCH en MCHC.

Creatinine (CRE)

Creatinine is a breakdown product of creatine phosphate in muscles and depends on a person’s muscle mass. Creatinine is normally produced at a fairly constant rate (approx. 1 g of creatinine is excreted per day). Therefore, the creatinine concentration can be used to interpret results of spontaneously voided urine samples, which show variable dilutions, in a more consistent way.


Crystals can take many different shapes in urine. They are formed if urine solutes – such as inorganic salts or organic compounds – precipitate. Most of the time, crystals are not significant for clinical findings unless the patient has metabolic disorders, calculus formation (also called ‘urolithiasis’), or if medication needs to be regulated. The most important crystals in this context are cystine, tyrosine, leucine and cholesterol.

Cumulatieve pulshoogte

Methode van Sysmex voor meting van de hematocriet (Ht).  De parameter Ht is een meeteenheid van het totale of cumulatieve volume van rode bloedcellen in relatie tot het totale volume vol bloed. De waarde wordt uitgedrukt als een fractie met de eenheid l/l of als een percentage.
Op Sysmex-analysers wordt de Ht-waarde – met behulp van impedantietechnologie – ontleend aan de cumulatieve waarde van individuele celpulshoogten. Deze waarde wordt daarom rechtstreeks gemeten en niet berekend, zoals bij sommige andere technologieën wordt gedaan.


diagnostische parameter(s)

Parameters die elk voor zich diagnostisch relevante informatie verschaffen, bestemd voor verzending naar artsen en klinische afdelingen of naar gelieerde artsen buiten het lab/ziekenhuis.

Digital imaging

digitale morfologie

Technologie/methode om onderscheid te maken tussen gekleurde cellen afkomstig van een bloedfilm of een cytospin-objectglaasje door beeldopname en -herkenning, met behulp van kunstmatig-neuraal-netwerktechnologie. De celopnamen van hoge resolutie worden op een scherm weergegeven, voor validatie of nadere classificatie. Daarmee wordt het mogelijk de resultaten te verzenden en andere deskundigen te raadplegen.


Distributiewijdte rode bloedcellen

Een geautomatiseerde parameter die informatie verschaft over de mate van variatie in de grootte van rode bloedcellen (RBC): het is een kwantitatieve meting van de variabiliteit van de grootte van de individuele rode cel. Deze wordt weergegeven als een RDW-SD- en een RDW-CV-waarde.
Een grote RDW duidt op abnormale variatie in de grootte van individuele RBC's bij bekijken onder de microscoop. Dit wordt anisocytose genoemd. De RDW is een hulpmiddel bij het differentiëren van anemieën met onderling gelijkende rodecelindices.


Afkorting van 'digitale morfologie', maar ook de typeaanduiding van de door CellaVision AB gefabriceerde DM-serie analysers.

drieweegse differentiatie

Onderscheiden van de witte bloedcellen in drie subpopulaties. De voornaamste voordelen van geautomatiseerde onderscheiding van celtypen zijn snelheid en verbetering van precisie en nauwkeurigheid: In scherp contrast met een handmatige differentiatietelling van 100 cellen worden op automatische analysers gemiddeld 15.000 cellen per monster geteld.
Sysmex onderscheidt lymfocyten, neutrofielen en een gemengde populatie bestaande uit monocyten, basofielen en eosinofielen. Bij andere technologieën wordt het onderscheid doorgaans gemaakt in lymfocyten, monocyten en een gemengde populatie van granulocyten. Het biedt voordelen een afzonderlijke neutrofielenpopulatie te onderscheiden, omdat neutrofielen in een vroeger stadium als marker voor ontstekings- en infectieziekten kunnen dienen dan monocyten.


Embedded softwareconcept

Modulair schaalbaar softwaresysteem, bestaande uit verschillende geïntegreerde onderdelen (IPU, Extended IPU, remote-/webonderdelen), met één harmonieus ontworpen gebruikersinterface. Het systeem bestrijkt workflowbeheer, rule-based validatie, systeemservices en het netwerken van afzonderlijke instrumenten of oplossingen in meerdere disciplines of locaties. Bestemd voor apparatuur/werkgebieden van hematologie, stolling en urineanalyse.

Eosinophils (Eosinophilic granulocytes)

Eosinophils are in the granulocytes category because they are filled with granules containing different enzymes. They can move and phagocytise (roughly ingest) particles. As they kill parasites by releasing certain cytotoxic enzymes and are involved in hypersensitivity reactions, an increased eosinophil count is most likely associated with parasite infestation or allergy. Eosinophilia can also point to malignant diseases as it is evident in some types of neoplasia.

Epithelial cells (EC)

‘Epithelium’ is a general term for cellular tissue that wraps around certain surfaces. Inside the urinary tract, there are different types of epithelial cells: the squamous (Squa. EC) and the non-squamous epithelial cells (Non SEC). The non-squamous cells are further divided into transitional (Tran. EC) and renal tubular epithelial cells (RTEC).
Squamous epithelial cells (Squa. EC) are large, flat, irregularly shaped cells. They contain a small central nucleus and lots of cytoplasm. The cell edge is often folded over and the cell may be rolled up into a cylinder. It is normal to find squamous epithelial cells in urine. They come from the lower end of the urethra or from skin that the urine came into contact with during collection. As such, they may also represent a contamination typical for poorly collected mid-stream urine samples.
Transitional epithelial cells (Tran. EC, urothelial cells) vary in size and shape depending on their origin. They can come from the upper part of the urethra, from the ureters or the renal hilum. It is normal to find low numbers of transitional cells in urine.
Renal tubular epithelial cells (RTEC) are slightly larger than leucocytes and contain a large, round nucleus. They can appear flat, cube-shaped or as a column. They enter the urine from the tubule system of the nephrons. The presence of RTEC in urine indicates kidney problems.

Erythrocyte sedimentation rate (ESR)

A common, traditional laboratory test serving as a sensitive, yet non-specific marker of inflammation. It can serve to aid diagnosis, and manage and follow-up various autoimmune diseases, acute and chronic infections and tumours. The ESR is also used as a marker of the 'general physical condition' assessed together with the patient's clinical history and physical examination. Automated analysis of the ESR is facilitated with the XN Interrliner module, which can also be integrated into XN-9000/9100 configurations 'Sorting & Archiving' or 'Maximum Workload' including the tube-sorting process.

Extended Inflammation Parameters

A set of haematological inflammation parameters that quantify and characterise particular lymphocytes (RE-LYMP, AS-LYMP) and the activation status of neutrophils (NEUT-GI, NEUT-RI). These diagnostic parameters provide additional information about the activation of the patients’ immune response and help clinicians monitor inflammatory conditions in more detail. They become available with licence activation on XN systems via XN-DIFF measurement. The use of WPC is of extra value here as it excludes malignancies reliably.

Extended IPU

Softwarecomponent voor het standaardiseren en regelen van de workflow en het synchroniseren van de doorstroming van monsters, opdrachten en gegevens (bijv. geavanceerde rule-based technische validatie). Met de XN-Serie biedt de Extended IPU een breed scala aan standaard- en optionele toepassingen voor de stappen 'voorafgaand aan analyse', 'analyse' en 'post-analyse', plus 'werkplekbeheer', met gereedschappen voor de standaardisatie van technische en biomedische validatie evenals workflow optimalisatie gereedschappen.



Flaggingberichten komen voort uit een geavanceerd (volledig differentieel) analysesysteem, dat kwalitatieve identificatie van onrijpe en abnormale cellen mogelijk maakt.
Flagging draagt bij aan verbetering van de efficiëntie van een laboratorium qua tijd en kosten door spectaculaire vermindering van de noodzaak van handmatige differentiële telling en door de aandacht van de beoordelaar op bepaalde pathologieën te richten, met behulp van de flags die worden gegenereerd. Daarna speelt handmatige microscopie een cruciale rol voor het registreren van opmerkenswaardige morfologische kenmerken en voor het bevestigen van de aanwezigheid van abnormale celpopulaties die door de automatische analyse als verdacht zijn geïdentificeerd en die zijn gemarkeerd om de aandacht van de operator te trekken.
Ook bij predifferentiële analysers komt men flags tegen, vooral als indicator van abnormaal lage en hoge tellingen en van twijfelachtige betrouwbaarheid van resultaten, bijvoorbeeld als gevolg van interferentie.


Parameters die – in aanvulling op en in combinatie met de hoofdparameters – diagnostisch relevante informatie verschaffen die exclusief binnen het laboratorium worden gebruikt voor het valideren van de resultaten als conclusie van de diagnostische bevindingen. De aan deze parameters ontleende resultaten zijn niet bestemd voor directe verzending, bijvoorbeeld naar klinische afdelingen of artsen, maar dat kan wel worden gedaan met de diagnostische conclusies in combinatie met de hoofdparameters.

Fluorescence flow cytometry (FFC)

De technologie van Sysmex die in de differentiële hematologieanalysers van de series X-Class en XN wordt toegepast. Door deze technologie worden bloedcellen van alle drie belangrijke cellijnen gedetecteerd en onderscheiden, nadat ze supravitaal met merkeigen fluorescentiemarkers zijn gelabeld en in een flowcel aan laserlicht zijn blootgesteld.



Chemische verbinding die aan andere structuren kan binden en die het verschijnsel fluorescentie laat zien: na excitatie door licht van een bepaalde golflengte geeft het molecuul licht van een iets grotere golflengte af. Elektronen binnen het molecuul absorberen de energie van het excitatielicht (bijv. laserlicht), worden naar een hoger energieniveau getild en zakken na korte tijd weer terug naar hun aanvankelijke niveau. Op dat moment geven de elektronen het grootste deel van hun overmaat aan energie af, in de vorm van licht. Een kleiner gedeelte van de energie wordt afgegeven als thermische energie; daardoor is de golflengte van het afgegeven licht groter (en het energieniveau lager) dan de excitatiegolflengte. Het is afhankelijk van de eigenschappen van het fluorochroom welke golflengten geschikt zijn voor excitatie en welke golflengten worden afgegeven.
Fluorochromen worden gebruikt voor het labelen van bijvoorbeeld specifieke celcomponenten (bijv. nucleïnezuren), omdat het afgegeven fluorescentielicht kan worden gemeten. Als detector wordt doorgaans een fotomultiplicator gebruikt. Dit betekent dat de fluorochromen als markers voor deze celcomponenten kunnen dienen, zodat ze kwalitatief en kwantitatief kunnen worden geanalyseerd, omdat de intensiteit van het fluorescentielicht evenredig is aan de hoeveelheid van die specifieke component, bijv. intracellulair RNA en/of DNA.

Full blood count


geavanceerde klinische parameters

Uitgebreide parameters bij bepaalde Sysmex hematologie analyzers: IG, RET-He, IPF, NRBC, uitgebreide ontstekingsparameters, XN-Stamcellen; deze bieden een toegevoegde waarde die de klassieke hematologie-analyse overtreft en de basis om klinisch inzicht te genereren.

Glomerular filtration

Glomerular filtration is the first step in producing urine. The kidneys use this process to filter excess fluid and waste products out of the blood to eliminate them from the body.
The renal corpuscles filter about 1 L blood/min due to a pressure gradient exerted on the capillary walls. The resulting filtrate in the glomerular capsule containing water, glucose, amino acids, uric acid, urea, electrolytes, etc. is known as ‘glomerular filtrate’ or ‘primary urine’.

Glomerular filtration rate

‘Glomerular filtration rate’ (GFR) is the volume of fluid filtered from the renal glomerular capillaries into the Bowman's capsule per minute. In healthy adults, GFR is about 125 mL/min (i.e. approx. 150 L of primary urine are formed per day) and is an important indicator of kidney function.

Glucose (GLU)

The urine of a healthy person only shows trace amounts of sugar, i.e. glucose. Glucose appears in urine when the blood glucose level rises because of an abnormality of the glucose metabolism. The determination of glucose in urine has a high diagnostic value for early detection of disorders such as diabetes mellitus.


A category of myeloid white blood cells characterised by the presence of granules in the cytoplasm. The granulocytes comprise the neutrophils, eosinophils and basophils. They make up the group of polymorphonuclear white blood cells as opposed to the mononuclear white blood cells (lymphocytes and monocytes).

In the body fluid modes of the Sysmex XN-Series and some of the X-Class analysers, the parameter 'PMN' is reported, covering the above mentioned granulocytic cells. Together with the parameter 'MN' covering the mononuclear cells it can help get an idea of the cause of a present infection or inflammation, for instance in CSF (cerebrospinal fluid) samples.


Haemoglobin (BLD)

Haemoglobin is the iron-containing red blood pigment in red blood cells that enables the transport of oxygen in the body. The detection of haemoglobin in urine is due to either elevated haemoglobin levels or the presence of red blood cells in the sample. Elevated values of this parameter are an important symptom for injuries, crystals, glomerulonephritis, renal calculi, or urinary tract infections.


Een type laser (ook wel 'diodelaser' genoemd) dat wordt gebruikt in de nieuwere generaties Sysmex flowcytometers voor hematologie- en urineanalyse.
In tegenstelling tot in het verleden gebruikte gaslasers verbruiken deze laserapparaten minder energie (ze worden meestal gebruikt in het roodlichtspectrum), zijn ze veel vlugger bedrijfsklaar (hebben dus een snelle systeemopstart) en hebben ze een langere levensduur.

HbA1c (glycated haemoglobin A1c)

A long-term monitoring parameter used to control diabetics' medical status. It has become a frequently ordered test in medical labs nowadays because of the increase in lifestyle diseases such as diabetes. Automated HbA1c testing is facilitated with the Tosoh HLC-723 G11 Analyser, which can also be integrated into XN-9000/9100 configurations 'Sorting & Archiving' or 'Maximum Workload' including the tube-sorting process.


In verband met onnauwkeurigheid: herhaling van seriële metingen onder dezelfde omstandigheden.


Automatische opnieuw uitgevoerde meting van een monster met als doel betere analyseresultaten, wanneer tijdens de eerste meting bepaalde fouten met analysers zijn opgetreden (bijv. druk, temperatuur…).


Histogrammen (een bepaald type diagram) worden gegenereerd door het plotten van de grootte (het volume) van elke individuele cel, bepaald door de hoogte van de puls van de bij het passeren van de impedantieopening, of door het plotten van andere signalen die door de geregistreerde cellen worden gegenereerd, zoals voorwaarts of zijwaarts verstrooid licht of fluorescentie, die andere eigenschappen van de cel weerspiegelen, zoals de grootte van de dwarsdoorsnede, de complexiteit van de inwendige celstructuur en het gehalte nucleïnezuur.
Het is mogelijk, meer dan één celpopulatie tegelijk te evalueren en weer te geven (bijv. standaard RBC en trombocyten; trimodale leukocyten-verdelingscurven bij drieweegse differentiatieanalysers). Deze twee of meer afzonderlijke celpopulaties worden van elkaar onderscheiden door zgn. 'size discriminators'.


Onderzoeksparameter die de aanwezigheid aanduidt van sterk fluorescerende lymfocyten, die een teken zijn van geactiveerde cellen (antilichaam afscheidende B-lymfocyten/plasmacellen) wanneer systemische hematologische ziekten kunnen worden uitgesloten.


Parameters die elk voor zich diagnostisch relevante informatie verschaffen, bestemd voor verzending naar artsen en klinische afdelingen of naar gelieerde artsen buiten het lab/ziekenhuis.

Hydrodynamische focusing

De technologie van Sysmex die in hematologie- en urineanalysers wordt toegepast voor het optimaliseren van cellen-/deeltjestelling. Door middel van een sheath flow worden de cellen of deeltjes bij binnenkomst in de flowcel of detectie-unit gescheiden en geordend, zodat het coïncideren of recirculatie van cellen/deeltjes effectief wordt voorkomen.
Vooral rode bloedcellen veranderen van vorm als zij worden blootgesteld aan snelle acceleratie in een suspenderende vloeistof. Bij toepassing van HDF wordt de mate van acceleratie aanzienlijk verminderd, en daardoor worden de reële celeigenschappen meer getrouw weergegeven.




Antilichaam-gemedieerde flowcytometrische analyse van cellen d.m.v. onderscheiden van oppervlak-eigenschappen. De term wordt het meest gebruikt voor het nauwkeurige onderscheid tussen verschillende leukocyten binnen de context van differentiële diagnosen van leukocytenaandoeningen zoals leukemie en lymfomen.
Als deze methode in samenhang met bloedplaatjes wordt toegepast, wordt hiermee een uitgebreide analyse bedoeld inclusief activiteitsstatus enz.


Antilichaam-gemedieerde flowcytometrische analyse van cellen d.m.v. onderscheiden van oppervlak-eigenschappen. De term wordt meer algemeen gebruikt dan 'immunofenotypering' en kan dienen voor het beschrijven van bijvoorbeeld de referentiemethode voor bloedplaatjestelling (waarbij antilichamen tegen CD41/61 worden gebruikt), waarmee de bloedplaatjestelling van de PLT-F-toepassing van Sysmex op de XN-serie uitstekend correleert.


Impedantietechnologie (DC) is gebaseerd op het principe dat een elektrisch veld, tot stand gebracht tussen twee elektroden van tegenovergestelde lading, kan worden gebruikt voor het tellen en meten van cellen.
Bloedcellen zijn slechte elektriciteitsgeleiders. Het diluens (reagens) waarin zij tijdens het tellen worden gesuspendeerd is een isotone oplossing die elektriciteit goed geleidt. De in het diluens gesuspendeerde cellen gaan door een opening (vernauwing) tussen de elektroden, en door de goede geleidbaarheid van de oplossing veroorzaakt elke individuele cel een zeer korte verhoging van de impedantie (weerstand) van het elektrische traject tussen de elektroden. Elke cel genereert een elektrische puls die evenredig is aan de grootte (het volume) van de cel.


Softwarecomponent (met hardware) voor het aansturen/bedienen van de Sysmex-analysers. Bij de XN-serie biedt de IPU een veelheid van standaardtoepassingen voor de stap 'analyse'. Deze toepassingen kunnen voor geavanceerde functionaliteiten worden gecombineerd met de Extended IPU-toepassingen.


Sysmex laboratoriumoplossingen worden intelligent bestuurd met behulp van het embedded software-concept. Deze harmoniseert en standaardiseert het samenspel tussen het fysieke monster en de workflow van gegevens. Vanaf één enkel systeem tot meerdere werkplekken, zelfs als uw netwerk meerdere locaties omvat.
Naast software, bieden we echter ook veel meer, zoals Sysmex Academy diensten, digitale training en educatieve workshops op locatie en adviesdiensten.

IPF (onrijpe-trombocytenfractie)


Ketones (KET)

Ketones in urine indicate increased fat degradation in the body. This can be caused by an insufficient supply of energy from carbohydrates. During the degradation of fatty acids, intermediary compounds called ‘ketone bodies’ (acetoacetic acid, s-hydroxybutyric acid and acetone) are formed in the liver. Ketones can be detected in urine when increased fat degradation takes place and is particularly important in checking metabolic decompensation in diabetes mellitus.


The kidneys are two bean-shaped organs in the renal system. They perform essential functions, including the regulation of water and electrolyte balance, and the filtration and elimination of metabolic waste products (e.g. urea, uric acid and ammonia), medications and toxic substances. Kidneys also secrete hormones that help produce red blood cells (via the hormone erythropoietin, EPO), regulate blood pressure (via production of renin) and promote bone health (calcium absorption via conversion of calcidiol into calcitriol).

Klinisch inzicht

Doelt op de toegevoegde waarde van parameters of combinaties daarvan voor zowel diagnose als therapie/monitoring, uitsluitend gebaseerd op aantoonbaar bewijs.

Korte omlooptijd

Functie die het mogelijk maakt, dringende monsters afzonderlijk en onmiddellijk te analyseren.


Leucocyte esterase (LEU)

Leucocyte esterase is an enzyme produced in white blood cells – to be more precise, in granulocytes. Detection of leucocyte esterase reveals the presence of granulocytic leucocytes. Elevated values of this parameter are an important symptom for inflammatory diseases of the efferent urinary tract and kidneys.


Wanneer een object in een lichtstraal terechtkomt, verandert het licht van richting. Dit verschijnsel wordt lichtverstrooiing genoemd en het treedt op onder alle hoeken tussen 0 en 360 graden. Detectie van het verstrooide licht levert informatie op over de grootte en de eigenschappen van het object.
Vooral licht dat in voorwaartse richting (onder een lage hoek) wordt verstrooid biedt informatie over de grootte van een object. Behalve door de grootte wordt voorwaarts verstrooid licht ook beïnvloed door de vorm en de refractie-index van het object. Het detecteren van dit lichtsignaal wordt gewoonlijk gedaan met een snelle fotodiode.
Zijwaarts (onder een wijde hoek) verstrooid licht verschaft informatie over de inwendige kenmerken van een object. Bij cellen wordt zijwaarts verstrooid licht beïnvloed door de aan- of afwezigheid van granulen. Voor dit lichtsignaal is een gevoelige fotomultiplicator als detector nodig, omdat de intensiteit ervan ‒ vergeleken met voorwaarts verstrooid licht ‒ enkele tientallen procenten zwakker is.


Lymphocytes originate from the lymphoid lineage (as opposed to the myeloid lineage). Lymphoid cell development is not restricted to the bone marrow and takes place in primary and secondary lymphoid organs.

Lymphocytes defend the organism against infection by distinguishing the body’s own cells from foreign ones. Molecules recognised by the body as foreign are known as antigens. Each lymphocyte is only stimulated by one specific antigen. When lymphocytes recognise this antigen, they produce chemicals to fight it.

There are three main types of lymphocytes: B lymphocytes, T lymphocytes and natural killer (NK) cells. Lymphocytes belong to the mononuclear white blood cells. Although compared to other white blood cells all lymphocytes are small and round without granules, there is a large variety of different subtypes, and distinguishing between them morphologically is tricky.

Reasons for an increased lymphocyte count include infection or inflammation, as well as certain types of malignancies, especially haematological malignancies. Despite giving an absolute and relative lymphocyte count, several flags on Sysmex analysers can point to suspicious lymphocytes for which, if present, a follow-up test should be performed.



MCDh (micro-chromatische detectie voor hematologie)

Merknaam van de door RAL Diagnostics gefabriceerde methanolvrije kleuringsreagentia die in de RAL stainer en de semiautomatische RAL stainer worden gebruikt voor het kleuren van bloedfilms.


De gemiddelde hoeveelheid hemoglobine per rode cel wordt berekend uit de RBC en het Hb. MCH [pg] = Hb/RBC. Het normale referentiebereik voor MCH is leeftijdafhankelijk. De MCH-waarde is vaak evenredig aan MCV omdat de grootte van een cel vooral wordt bepaald door het hemoglobinegehalte.
Cellen met een normale MCH-waarde worden normochroom genoemd, terwijl cellen met een lage of hoge waarde worden aangeduid als respectievelijk hypochroom en hyperchroom. Een lage MCH geeft aan dat de cellen vanwege ontoereikende productie te weinig Hb bevatten. Zulke cellen worden hypochroom genoemd, omdat zij er bij microscopisch onderzoek bleek uitzien.


De gemiddelde hemoglobineconcentratie van cellen wordt berekend uit het Ht en de Hb. De waarde weerspiegelt de verhouding tussen de hoeveelheid Hb in de cel en het celvolume. MCHC [g/dl] = Hb/Ht. Het normale referentiebereik van MCHC is tijdens de hele levensduur opmerkelijk constant en heeft in het algemeen een zeer smal bereik met minimale variatiekans.
De MCHC wordt ook gebruikt voor het definiëren van normo-, hypo- en hyperchrome RBC-populaties. Cellen met een tekort aan Hb zijn lichter van kleur en hebben een lage MCHC. Een door klinische oorzaken verhoogde MCHC komt slechts zelden voor, en dan nog praktisch alleen wanneer cellen sferocytisch zijn (vanwege membraanverlies) of ernstig gedehydreerd. Vanwege verlies van celvolume vertonen deze hyperchrome rode cellen een ongewoon hoge intracellulaire Hb-concentratie per individuele rode cel.
De MCHC wordt vaak gebruikt voor het monitoren van de technische werking van een analyser.


Het gemiddelde celvolume (MCV, mean cell volume) wordt berekend uit de RBC en het Ht. MCV [fl] = Ht/RBC. Het normale referentiebereik voor MCV is leeftijdafhankelijk. Met de termen 'normocytisch', 'microcytisch' en 'macrocytisch' worden celpopulaties van rode bloedcellen met een normaal, laag en hoog MCV aangeduid.
Omdat de grootte van een RBC afhankelijk is van het Hb-gehalte van de cel, heeft het uitblijven van hemoglobineproductie tot gevolg dat de cellen kleiner blijven dan normale cellen: rodecelmicrocytose. Macrocytische cellen komen voor wanneer de deling van RBC-precursorcellen in het beenmerg verslechtert.



Dankzij de modulariteit van het XN-concept biedt het een maatwerkoplossing. Daarbij gaat het om productiviteitswaarden, klinische waarden en evenzeer professionele services.


Monocytes belong to the mononuclear cells like lymphocytes do, but they originate from the myeloid lineage, which cells are produced in the bone marrow.

Monocytes play a key role in the immune response. They can quickly move to infection sites and differentiate into macrophages and dendritic cells to provoke an immune response. Cells of the monocyte-macrophage system can engulf foreign particles and break them down to antigens, which they can then present at their surface.

Automated monocyte counts are available as the ratio of monocytes to the total number of white blood cells counted or as an absolute count. An increased monocyte count may be indicative of various disease states, e.g. chronic inflammation or infection, but it may also occur in malignant diseases such as chronic myelomonocytic leukaemia.



A nephron is the microscopic structural and functional filtering unit of the kidney. Each kidney is made up of over one million nephrons that cleanse the blood and balance the constituents of the circulation. A nephron consists of a renal corpuscle, a sophisticated renal tubule system and the associated capillary network.
Nephrons process the blood supplied by afferent arterioles via glomerular filtration, tubular reabsorption and secretion. Many processes take place in different parts of the nephron before the filtrate (primary urine) is modified into the final product referred to as ‘urine’.

Neutrophils (Neutrophilic granulocytes)

Neutrophils belong to the category of granulocytes. They play an important role in immune defense and are the first immune cells to arrive at a site of infection – usually within an hour. This happens through a process known as chemotaxis. Neutrophils can phagocytise other cells such as bacteria, which seem harmful to the organism. Yet they will not survive the act themselves. Pus consists mainly of dead neutrophils and digested bacteria. The absolute and relative neutrophil count can provide some information for diagnosis and monitoring of infections and is also taken into account during chemotherapy. An increased neutrophil count can also be found physiologically in non-pathological situations, e.g. after stress or in smokers.

Nitrite (NIT)

Nitrite is the result of nitrate reduction. Various bacteria that cause urinary tract infections (UTI) produce enzymes that turn nitrate into nitrite. The presence of nitrite in urine is an indirect confirmation of bacterial infection (bacteriuria). Common microorganisms that can cause urinary tract infections, such as Escherichia coli, Enterobacter, Citrobacter, Klebsiella, and Proteus species, produce enzymes that reduce urinary nitrate to nitrite.
A negative NIT test strip result does not exclude a urinary tract infection because there could be bacteria present which do not produce nitrite. Therefore, nitrite is specific but not sensitive for UTI. Furthermore, with strong bacterial growth, nitrite may eventually be degraded to nitrogen, which means that remaining nitrite levels in the sample may be below the limit of detection.

Non-reactive disease (neoplastic disease, malignant disease)


normocytische anemie

Normocytische anemie kan een gevolg zijn van verminderde RBC-productie, toegenomen RBC-destructie of bloedverlies. De RBC-telling is laag, maar de celgrootte en het Hb-gehalte in de cellen zijn normaal.


Onrijpe granulocyten

Met fluorescentie-flowcytometrie kunnen onrijpe cellen worden geïdentificeerd vanwege het feit dat zij een hoger gehalte nucleïnezuur bevatten dan hun rijpe soortgenoten. Deze identificatie heeft de telling van onrijpe granulocyten (IG) als afzonderlijke populatie aan de leukocytendifferentiatie toegevoegd. Deze IG-telling omvat promyelocyten, myelocyten en metamyelocyten, maar geen staven.
De aanwezigheid van IG is altijd pathologisch, met twee uitzonderingen: de periode direct post partum en neonaten jonger dan 3 dagen. De automatische IG-telling is veel nauwkeuriger dan handmatige microscopische telling. Dit maakt geautomatiseerde telling ideaal voor seriële patiëntenbewaking, omdat het arbeidsintensieve handmatig tellen zo achterwege blijft.

opnieuw uitvoeren meting/opdracht/analyse

Rule-based opnieuw uitgevoerde meting van een monster met een profiel dat identiek is aan dat van de eerste meting, om betrouwbare resultaten te krijgen.



The pH describes how acidic or alkaline a substance is based on the hydrogen ion concentration. If urine is persistently acidic or alkaline, this can indicate a disturbed acid-base balance. Persistently alkaline pH values point towards urinary tract infection. For microscopy, it is good to bear in mind that at pH levels above 7, cells can lyse faster than under normal (slightly acidic to nearly neutral) conditions.


APP van klinische waarde, optioneel beschikbaar op de XN-serie-analysers, voor het meten van bloedplaatjes door specifieke fluorescentielabeling, met grote precisie, ook op het gebied van trombocytopenie. Gebleken is dat er een zeer goede correlatie met de referentiemethode (CD41/61) is.
PLT-F meet ook de fractie van onrijpe trombocyten (IPF) die de trombopoëtische beenmergactiviteit weerspiegelt. Daarom is de toepassing zeer nuttig voor het opsporen van trombocytopenie en de mogelijke oorzaken daarvan.


Een groep stoffen die (naast een uitgebreid gamma van industriële toepassingen) worden gebruikt voor het supravitaal labelen van cellen als fluorochroommarkers, met een halfgeleiderlaser als lichtbron, in apparaten voor hematologie- en urineanalyse van Sysmex (merkeigen gebruik van Sysmex).
Deze stoffen bieden verschillende voordelen: hun absorptiemaximum kan worden afgestemd op de exacte golflengte van de laser, de permeabiliteit van hun cellen en celkernen kan naar wens worden geregeld en de affiniteit tot specifieke celcomponenten, zoals nucleïnezuren, kan naar behoefte worden gegenereerd ‒ door middel van veranderingen in de moleculaire structuur. Polymethinen hebben een uitstekende signaal-ruisverhouding, worden gemakkelijk tot waterig afval afgebroken en worden, als het gaat om mutageniciteit, beschreven als veilig in vergelijking met andere nucleïnezuurbindende fluorochromen.
Bij de X-Class- en XN-serie-analysers van Sysmex worden diverse onderling verschillende polymethine-bevattende reagentia gebruikt voor specifieke differentiatieanalyse van rijpe en onrijpe cellen van alle drie cellijnen.

Primary urine

Primary urine is the fraction of blood plasma, which is filtered out by renal corpuscles. Due to the massive blood supply to the kidneys and the large number of glomerular filtration units, the body produces about 150 litres of primary urine daily. Approximately 99% of primary urine is reabsorbed through the tubule epithelium so that only 1.8 litres have to be excreted every day. The components of primary urine correspond to the composition of protein-free blood plasma.


Het optimaliseren en harmoniseren van geïntegreerde laboratoriumprocessen, waarbij de focus ligt op de totale eigendomskosten en de mate waarin die bijdragen tot het snel opleveren van kwalitatief hoogwaardige resultaten.

Protein (PRO)

Most proteins are normally contained in blood because they are too large to fit through the glomerular membrane. However, if these filters are damaged, proteinuria – the presence of protein in urine – can occur. Protein in urine is a frequent symptom of renal diseases, but it is not very specific. Protein levels in urine can be temporarily increased due to exercise, fever or stress.


rapporteerbare parameter(s)

Reactive disease

Red blood cells (RBC)

Red blood cells deliver oxygen to the body’s tissues by travelling through the circulatory system. They are round, smooth and have a red tinge. If red blood cells appear in this intact shape, they are called isomorphic or eumorphic and do not come from the glomerulus. If red blood cells become damaged, they are called dysmorphic red blood cells. Their deformation occurs when they pass through the glomerular structures of the kidney, but it can also happen when they are exposed to urine for a prolonged time. The term for pathological dysmorphic red blood cells is ‘acanthocytes’. Their presence can indicate a glomerular disease such as glomerulonephritis.
If there are a few red blood cells in urine, this can be considered normal. A high number of red blood cells, however, can indicate the presence of injuries, crystals, renal calculi or urinary tract infections.


Rule-based opnieuw uitgevoerde meting met een ander of een uitgebreider analyseprofiel, om meer betrouwbare resultaten te krijgen.

relatieve telling

Bij analysers waarmee volgens dit principe bloedcellen worden geteld, wordt het aantal bloedcellen bepaald door het aantal pulsen dat binnen een vastgestelde tijdsduur wordt gegenereerd. Dergelijke systemen zijn gevoelig voor fouten als gevolg van verstopping van de opening, en dat betekent dat bij deze systemen regelmatige kalibratie noodzakelijk is.

Renal corpuscle

The renal corpuscle is the site of the filtration of blood plasma. It consists of the glomerulus, and the glomerular capsule, or ‘Bowman's capsule’. Afferent arterioles form a network of high-pressure capillaries called the ‘glomerulus’. The tuft of glomerular capillaries filters the blood based on particle size and the filtrate is captured by the surrounding cup-shaped chamber, the Bowman’s (glomerular) capsule.

Renal tubule

The renal tubule is a long and convoluted structure that emerges from the glomerulus and is divided into three main parts based on function: the proximal convoluted tubule, the loop of Henle (with descending and ascending limbs) and the distal convoluted tubule. After passing through the renal tubule, the filtrate continues to the collecting duct system.


Related to imprecision: repeated serial measurements of control blood under changed conditions: other operator, other lots, other lab.


Parameters die – in aanvulling op en in combinatie met de diagnostische/rapporteerbare parameters – diagnostisch relevante informatie verschaffen die exclusief binnen het laboratorium worden gebruikt voor het valideren van de resultaten als conclusie van de diagnostische bevindingen. De aan deze parameters ontleende resultaten zijn niet bestemd voor directe verzending, bijvoorbeeld naar klinische afdelingen of artsen, maar dat kan wel worden gedaan met de diagnostische conclusies in combinatie met de rapporteerbare/diagnostische parameters.


Een waarde die van het RET-spreidingsdiagram wordt afgeleid to voor het bepalen van de RET-He-waarde, een weerspiegeling van de hemoglobinisatie van de reticulocytenpopulatie.

Reticulocyte haemoglobin equivalent (RET-He)

APP van klinische waarde, optioneel beschikbaar op de XN-serie-analysers voor het kwantificeren en onderscheiden van reticulocyten naar hun rijpheidsfase (HFR, MFR, LFR), met behulp van specifieke fluorescentielabeling. Ook kan een optische bloedplaatjestelling (PLT-O) worden bijgeleverd.
RET bepaalt ook de fractie van onrijpe reticulocyten (IRF=HFR+MFR) en het reticulocyten-hemoglobine-equivalent (RET-He), dat zowel de kwantiteit (erytropoëtische activiteit) als de kwaliteit (hemoglobinesynthese en -incorporatie) van de vers gevormde rode cellen bepaalt. Dit is belangrijk bij gedifferentieerde diagnose van anemie. RET-He is ook een vroegtijdige indicator van veranderingen in de hemoglobinisatie van rode cellen, een hulpmiddel bij bijvoorbeeld therapiemonitoring.


De RPI is een weerspiegeling van de erytropoëtische beenmergrespons bij patiënten met anemie. Behalve alleen voor de RET-telling wordt deze index gebruikt voor het beoordelen van de mate waarin de beenmergrespons op anemie bij patiënten toereikend is. De RPI is nutteloos als er geen sprake is van anemie.
RPI wordt als volgt gedefinieerd: RPI = (RET% × Ht) : (0,45 × dagen in bloed). In deze formule is 0,45 de ideale hematocrietwaarde. Bij deze 'ideale' Ht-waarde van 0,45 is de RPI identiek aan het reticulocytenpercentage, waarvan de 'ideaalwaarde' bij normale gezonde mensen ongeveer 1% is. Bij anemiepatiënten met een adequate beenmergrespons moet de RPI meer dan 2,0 bedragen. In omgekeerde vorm (bij RPI < 2,0 is de beenmergrespons inadequaat) is deze stelling echter niet noodzakelijkerwijs juist.
Een goede marker van een adequate beenmergrespons op anemie is verhoging van de absolute reticulocytenconcentratie, evenals een aanzienlijke toename van de fractie van onrijpe reticulocyten (IRF).


De volbloedparameters MCV, MCH en MCHC, die aan rode bloedcellen gerelateerd zijn, worden doorgaans aangeduid als de rodecelindices. De indices vormen in combinatie met de RDW een hulpmiddel om het aantal mogelijke oorzaken van anemie bij een individuele patiënt te beperken. De MCHC is een vroegtijdige gevoelige marker omdat MCH en MCHC zullen dalen voordat de rode cellen microcytisch worden.



Door de schaalbaarheid van het XN-concept kan een oplossing worden geüpgraded terwijl de maatwerkoplossing in stand blijft. Daarbij gaat het om productiviteitswaarden, klinische waarden en evenzeer professionele services.

Sheath flow


Sysmex's design concept that contributes to a more enjoyable workplace experience by putting people first and optimising the interaction between the individual and the devices they use day in, day out.

Within our SILENT DESIGN® concept, we are focusing on five main principles to continuously improve the user experience: person - space - surface - series - longevity. Our SILENT DESIGN® products take into account all five principles to create a positive experience.

SLS (natriumlaurylsulfaat) hemoglobinemethode

De cyanidevrije Hb-metingsmethode van Sysmex, die uitzonderlijk betrouwbare resultaten oplevert dankzij de effectieve lysis van RBC, WBC en lipiden, resulterend in verminderde kans op interferentie.

Specific gravity (SG)

Urinary specific gravity is based on the concentration of solutes in urine. It measures the ratio of urine density compared to water and provides information on the kidney’s ability to concentrate urine. If the specific gravity values drop below 1.010 g/mL urine, cells undergo faster lysis than in normal conditions (1.010 to 1.030 g/mL).


Spreidingsdiagrammen (een bepaald type diagram) worden gegenereerd door voor elke getelde cel twee verschillende opgenomen signalen tegenover elkaar te plotten, met als resultaat een tweedimensionale analyse. De signalen kunnen worden verkregen uit de technieken volumetrische impedantie, hoogfrequente elektromagnetische energie, optische (voor- en zijwaarts verstrooid licht) en cytochemische labeling (zijwaarts fluorescerend licht).
Het is mogelijk, meer dan één cellenpopulatie tegelijk te evalueren en weer te geven. Deze twee of meer afzonderlijke cellenpopulaties worden van elkaar onderscheiden met behulp van ACAS (wordt niet in alle apparaten en kanalen gebruikt). Deze methode is beter (voor het onderscheiden van verschillende typen leukocyten) dan het gebruik van fixed gating.
Het kan gebeuren dat er meer dan twee verschillende signalen per cel worden geregistreerd. Hieruit kan dan ook meer dan een spreidingsdiagram worden verkregen om de verschillende celpopulaties te onderscheiden en weer te geven.

Support Manager

Softwarecomponent voor het monitoren van de werking van het hele XN-analysesysteem: bevat een toepassing die de werkomgeving beschermt, en andere die de noodzaak van onderhoud bewaken en technisch werkingsbeheer regelen.

Sysmex Education Enhancement and Development (SEED)

Onderwerpspecifieke artikelen over klinische en diagnostische achtergrondonderwerpen met het accent op wetenschappelijke en educatieve aspecten. Voorbeelden van onderwerpen zijn: stolling, hematologie, urineanalyse, lichaamsvloeistoffen, enz.

Sysmex Xtra (Sysmex Xtra Online)

Sysmex Xtra Online is een afgeleide van het gedrukte klantenmagazine 'Sysmex Xtra', dat in sommige landen wordt uitgegeven. Sysmex Xtra Online is een speciaal onderdeel van de website van Sysmex Europe, met een divers aanbod van artikelen over producten en productgerelateerde onderwerpen.


Thrombopoiesis Workflow Optimisation (TWO)

TWO streamlines the entire platelet analysis workflow in the laboratory as it optimises the triggering of PLT-F reflex tests and supports the differential diagnosis of thrombocytopenic patients and their monitoring. 

The new TWO algorithm is embedded in the Extended IPU and can be used in conjunction with the PLT-F application.



The ureter is a tube that carries urine from the kidney to the urinary bladder. There are two ureters, one attached to each kidney.


The urethra arises from the base of the bladder and transports urine to the outside of the body for disposal. The urethra is the only urinary structure that differs significantly between females and males, due to the dual role of the male urethra in transporting both urine and semen.

Urinary bladder

The urinary bladder (also called ‘urocyst’ or ‘vesica’) is a hollow muscular organ that collects and stores urine from the kidneys via the ureters before disposal by urination. It is a highly distensible (or elastic) organ. A typical adult human bladder will hold between 300 and 500 mL before the urge to empty occurs, but it can hold considerably more.


De technologie van Sysmex die in de urineanalysers van de series UX en UF wordt toegepast. Door deze technologie worden cellen en deeltjes in urine gedetecteerd en geclassificeerd, nadat ze met merkeigen fluorescentiemarkers zijn gelabeld en in een flowcel aan laserlicht zijn blootgesteld.

Urobilinogen (URO)

Urobilinogen is a colourless by-product of bilirubin reduction. It is excreted in increased amounts in urine when the functional capacity of the liver is impaired or overloaded, or when the liver is bypassed. However, a value of zero is also critical since this may indicate biliary obstruction.


verstrooid licht

vijfweegse differentiatie

Volledige differentiatie van de witte bloedcellen tot de vijf voornaamste subpopulaties die in perifeer bloed in bepaalde concentraties in het lichaam voorkomen: lymfocyten, monocyten, eosinofielen, basofielen en neutrofielen. Het is een aanzienlijke verbetering dat 5-delige differentiatieanalyzers nu ook de minder overvloedig voorkomende celtypen (monocyten, eosinofielen en basofielen) afzonderlijk kunnen tellen.

De resultaten worden gerapporteerd zowel als percentages van totale WBC-aantallen en als absolute aantallen, omdat absolute aantallen meer informatie bieden: bij ziekte worden de ratio's uit balans gebracht en dan verliezen percentages van aantallen hun betekenis bij gebrek aan absolute waarden.

Het voornaamste verschil met 3-delige differentiatietechnologie is dat het identificeren van cellen van een tweedimensionale analyse afhankelijk is in plaats van uitsluitend van de celgrootte. Dit maakt identificatie van onrijpe en abnormale cellen mogelijk, en dat vergemakkelijkt op zijn beurt het ontdekken van de mogelijke oorzaak van de ziekte van de patiënt.

Nieuwere geautomatiseerde hematologie analyzers zijn in staat om onrijpe granulocyten (IG) als een zesde populatie te classificeren en ze te rapporteren als een percentage van het totaal WBC-aantal en als een absoluut aantal.


WBC pathologies

White blood cell pathologies may affect either the myeloid or the lymphoid lineage. They can be the result of both reactive and non-reactive (neoplastic or malignant) disease. Reactive changes are observed in the course of infectious or inflammatory diseases whereas malignant alterations point to leucaemias, lymphomas and other haematological malignancies.

To distinguish between different diseases related to white blood cells, determining both their number and their exact type and maturity status is crucial. Automated haematology analysis is a vital component in the diagnostic process and helps identify the presence of disease by providing accurate cell counts and by highlighting conspicuous cell populations. In white blood cell diseases, finding the right diagnosis is complex and needs to consider all the information available from the complete and differential blood count, morphology, immune phenotyping, and other tests.

White blood cells (WBC)

White blood cells, also called leucocytes, are vital parts of the immune system. They help protect the body against infections and foreign invaders. WBC are round and, if they are granulocytes, granulated. They measure approximately 1.5 to 2 times the diameter of a red blood cell. In urine, the most common type of WBC are neutrophils (i.e. neutrophilic granulocytes), whereas lymphocytes or eosinophils (eosinophilic granulocytes) are rare findings in urine. A small number of WBC can be present in healthy urine but increased counts can point towards inflammation or infection within the urinary system.

Workflow Optimalisatie Monocytose

MWO ingebed in de Extended IPU biedt een concept om reactieve monocytose te onderscheiden van monocytose van vermoedelijk kwaadaardige oorsprong. Het MWO-concept helpt om het aantal onnodige beoordelingen van bloeduitstrijkjes te verminderen terwijl de detectie van CMML wordt geoptimaliseerd en de workflow van het laboratorium uiteindelijk wordt verbeterd.


APP van klinische waarde, optioneel beschikbaar op de XN-serie-analysers, voor het meten van witte precursorcellen. Daarmee levert de APP een uitstekende flagging op twee niveaus (in combinatie met de standaard XN-DIFF-APP) voor zowel myeloïde als lymfatische afwijkingen van leukocyten. Dit draagt bij aan het verminderen van fout-positieve monstermarkeringen en handmatig onderscheid maken, waardoor gefocust kan worden op de monsters met neoplastische stoornissen.



Een groep Sysmex geautomatiseerde hematologieanalysers, bestaande uit de modellenseries XE en XS, alle gebaseerd op fluorescentie-flowcytometrietechnologie en geschikt voor 5-part bloeddifferentiatie plus een divers assortiment uitgebreide parameters met nog meer opties voor diagnostiek.

XN Stem Cells

A new measurement option utilising the WPC measurement channel for the quantification of haematopoietic progenitor cells (HPC). The XN Stem Cells method has been shown to be comparable with the CD34 immune flow cytometry count in mobilised peripheral blood.


APP van klinische waarde, optioneel beschikbaar op de XN-serie-analysers, voor automatische en gestandaardiseerde meting van verschillende lichaamsvloeistoffen. Deze APP biedt snelle analyse zonder voorbehandeling van monsters, beschikbaar op elk tijdstip van de dag , met uitstekende reproduceerbaarheid van de resultaten. Ook maakt de APP vermindering mogelijk van het aantal tijdrovende handmatige kamertellingen.
Naast het kwantificeren van WBC en RBC wordt een totaaltelling van kernhoudende cellen bepaald en wordt voor de WBC onderscheid gemaakt tussen mononucleaire and polymorfonucleaire cellen, wat helpt voor een snelle indicatie van infectieuze aandoeningen en andere afwijkingen.


APP van klinische waarde, als standaardelement verkrijgbaar op de XN-serie-analysers voor analyse van het complete bloedbeeld.
Behalve het standaard bloedbeeld worden met de APP ook kernhoudende rode bloedcellen (NRBC) als afzonderlijke populatie geteld, wat van belang kan zijn voor het herkennen van kritieke ontwikkelingen bij IC-patiënten. Ook betekent het dat de leukocytentellingen niet worden beïnvloed door de aanwezigheid van NRBC, bijvoorbeeld bij neonaten, bij wie de NRBC-concentratie relatief hoog is. Dit maakt handmatige NRBC-telling overbodig, verkort de omlooptijd en bevordert de standaardisering.


APP van klinische waarde, als standaardelement verkrijgbaar op de XN-serie-analysers voor onderscheidende analyse van witte bloedcellen in bloedmonsters. De APP heeft als toegevoegde waarde ten opzichte van de standaard vijfweegse differentiatie het tellen van onrijpe granulocyten (IG) als afzonderlijke populatie en 3-dimensionale flagging met grote gevoeligheid en specifieke berichten die de arts extra diagnostische informatie verschaffen.
Een speciale 'low WBC'-modus, die zo nodig automatisch wordt getriggerd, maakt het mogelijk dat ook in monsters met een lage leukocytentelling onderscheid plaats kan vinden, met verbeterde betrouwbaarheid dankzij een vergroot telvolume.

Xtra (Xtra Online)


Yeast-like cells (YLC)

Yeast cells are smooth, colourless and usually egg-shaped. They have birefringent walls, come in different sizes and often show budding. The most common type of yeast found in urine is Candida albicans. Yeast cells in urine can come from either skin-related or vaginal contaminations or can indicate mycotic urinary tract infections.

Copyright © Sysmex Europe SE. All rights reserved.
Personaliseer uw ervaring

Wij gebruiken cookies zodat u onze website optimaal kunt benutten en wij onze communicatie met u kunnen verbeteren. Wij baseren ons daarbij op uw selectie en gebruiken alleen de gegevens waarvoor u ons toestemming geeft.

* Kan de weergave van content en de gebruikerservaring beperken.
Details over cookies
Noodzakelijke cookies
Deze cookies helpen om onze website bruikbaar te maken door basisfuncties zoals paginanavigatie en toegang tot beveiligde delen van onze website te ondersteunen. Zonder deze cookies kan onze website niet goed functioneren.
Deze cookies registreren hoe bezoekers interactief met onze website omgaan door anoniem informatie te verzamelen. Met deze informatie kunnen wij onze dienstverlening continu verbeteren.
Worden gebruikt om bezoekers op webpagina's te volgen. De bedoeling is om advertenties te tonen die relevant en aantrekkelijk zijn voor de individuele gebruiker en daarmee waardevol voor uitgevers en externe adverteerders.